Soorten water


 

De leerkracht zorgt voor diverse soorten water. De etiketten worden weggenomen, behalve van het fysiologisch water en van het kraantjeswater.

 

Voorbeelden van water waarmee gewerkt kan worden:

 

Bigedestilleerd water - perfect leeg

Fysiologisch water (apotheek) - ons lichaamswater (zout)

Kraantjeswater  -  varia

Spa blauw  -  vrij leeg

Spa rood - bevat koolzuur

Vittel -  vrij veel zout (Calcium en Magnesium)

 

 

Eerst laat de leerkracht de leerlingen de waters proeven en aan ieder water een smaak toekennen: zout, fris, pittig, dof, droog, leeg... Het is de bedoeling om tot een soort classificatie te komen door de gegevens onderling te vergelijken. Hieruit kan al blijken dat smaak erg verschilt, maar  het is toch te verwachten dat er een lijn gevonden wordt.

 

In een tweede ronde gaan gaan de leerlingen de waters chemisch meer in detail bekijken:

 

1.

Meten van de pH (zuurtegraad) met een pH-meter of met een pH-papiertjes met voldoende bereik rond 7.

Al vlug zal blijken dat Spa rood zuur is en wel pittig smaakt (we houden wel van een beetje zuur) en dat de bubbels nog extra frisheid geven.

De overige waters liggen veelal rond pH=7.

 

2.

Vervolgens gaan de leerlingen proefbuisjes vullen (ca 5 cm water per buisje) en aan ieder water 3 druppels zilvernitraat (0.1 normaal) toevoegen.

Als er chloriden in het water zitten (bv. uit keukenzout) zal dit neerslag geven. Als er niet veel aanwezig is kan je best door de proefbuis naar beneden kijken en een eventuele ‘waas’ proberen te vergelijken tussen de diverse waters. Meer ‘waas’ duidt op meer chloriden.

 

3.

Daarna kunnen de leerlingen hetzelfde doen met met bariumnitraat of bariumchloride oplossing (0,1 normaal). Dit geeft een neerslag met sulfaat.

 

4.

De leerlingen maken een oplossing van natriumfosfaat, 1g in 50ml. Ze herhalen de vorige proef en voegen de natriumfosfaat toe aan de verschillende soorten water.

Calciumfosfaat en Magnesiumfosfaat zijn onoplosbaar.


Tenslotte gaan de leerlingen proberen een tabel op te stellen die smaak en chemie verbindt. Dit is een belangrijke leerstap. Ze hebben een aantal positieve ionen (calcium, magnesium) gemeten en een aantal negatieve ionen (chloriden, sulfaat). Er zijn echter vermoedelijk ook andere positieve ionen aanwezig: natrium en kalium. Ook kunnen negatieve ionen zoals carbonaat, bicarbonaat aanwezig zijn. Even alles op een rijtje zetten en denken aan elektrische neutraliteit.

 

Finaal gaat de leerkracht de etiketten tonen en verduidelijken hoe de observaties, de analyse op de etiketten en smaak kunnen correleren.

(concept en tekst: Serge Tavernier)


 

andere proeven

de schietpartij

de dreigbrief

het witte poeder

waar stond de camera?

© Scriptomanen (2008) home

www.kdg.be